Zo’n Dag

2011
01.17

Vrijdag. Een dag waarop ik nog wel s de trein richting Nederland neem voor een weekendje ‘thuis’. Ik check voor de allerlaatste keer of ik geen verdachte dingen zie staan op de website van de NS en vertrek dan vol goede moed met mijn veel te grote weekendtas richting de tram. Deel 1 van mijn reis. Je weet t maar nooit met die internationale trein, 9 van de 10 x sta je gewoon op het station en wordt er doodleuk omgeroepen dat het rood/grijze gevaarte niet rijdt. Wegens personeelstekort of iets in die richting. En dan kun je dus een uur wachten op de volgende.

Ik ben 10 meter bij mijn deur vandaan als ik besef dat t regent. Jammer dan denk ik, geen zin om weer naar boven te gaan. Maar tegen de tijd dat ik bij de tramhalte kom zit mijn pony vastgeplakt aan mijn voorhoofd en vraag ik me af waarom ik weer ‘es zo stronteigenwijs moest zijn. Een donkere meneer met onwijs witte tanden begint tegen me aan te praten, ik knik en lach vriendelijk maar kan de helft niet verstaan. Het leek hem een goed idee als hij een stukje met mij mee zou reizen. Dat leek mij een minder goed plan, en ik bedank vriendelijk. Op dat moment zie ik de tram aankomen en vlieg ik naar de achterste wagon. Vol. Natuurlijk. Ik prop me met mijn nog steeds veel te grote, en veel te zware tas naar binnen en kijk naar alle chagrijnige gezichten om me heen. Oja. Het regent, dan gaan mensen altijd zo doen.

Ik glimlach in mezelf en zet mijn rood met wit gestippelde koptelefoon op. Beetje vrolijkheid in deze plakkerige chagrijnige tram.

Tegen de tijd dat ik bij het station ben plakt niet alleen mijn pony aan mijn gezicht, maar ben ik veranderd in een verzopen kat omdat de wolken het heel leuk vonden mij te pesten, en tijdens de 300 meter die ik nog moest lopen even een stortbui over me heen gooiden. Ik kijk boos omhoog en schiet dan in de lach, jammer dan. Ik hoef gelukkig maar 5 minuten te wachten op mijn internationale treinkaartje en verplaatst me dan richting het goede spoor. Kwartiertje wachten en ik kan de trein in. Tenminste, als er plek is. Ik ga in mijn super-ilse houding staan en weet dat de laatste wagon van de trein precies voor mijn voeten zal stoppen. Zodoende kan ik als 3e de trein inklimmen en heb ik -haleluyah- een plekje. Tegen de tijd dat ik mijn grote tas ergens heb weggestopt en ik zit, vraag ik me af hoe ik er in hemelsnaam nog uit ga komen. Overal om mij heen staan mensen. Zelfs in het gangpad.

Na 25 minuten schrikt het donkere meisje tegenover mij wakker en roept ze verschrikt: OH NO! ARE WE ALREADY IN HOLLAND?? Ik stel haar gerust en vraag waar ze heen moet. Ha, zelfde overstap als ik. Gezellig. In Roosendaal aangekomen worstelen ik en mijn tas ons de trein uit. En door de regen vlieg ik naar perron 1. 25 minuten wachten, standaard. Ik plof net neer op een bankje als er wordt omgeroepen dat de trein 10 minuten vertraging heeft. Naturlich. Ik bel mijn ouders en zeg dat ik iets later ben. Als hij eindelijk binnenrijdt besluit ik om op een klapstoeltje te gaan zitten in een van de halletjes, om meer gesjouw met mijn grote vriend te voorkomen. Ik maak het me gemakkelijk als naast het meisje uit de andere trein nog een gezin met 2 kleine kids en een enorme hoeveelheid spullen -skivakantie- erbij komen zitten. Toen nog een gezellige kletskous van 15 en een man en het was compleet. Het leek wel een theekransje. We waren net onderweg toen we nog achter een goederentrein aanzaten, in de file stonden voor station Breda, en nog ‘es 2 stoplichten tegen hadden. Zo leuk, het openbaar vervoer. Ik bel voor de 3e keer mijn ouders en zeg dat ik nog een klein beetje later ben.

Na 3 kwartier vertraging sta ik na een reis van 3,5 uur eindelijk op mijn station. Toch wel gezellig zo met die regen in het donker. En het theekransje was ook best leuk, ondanks de ontbrekende thee. Lang leve de NS. Hoera!

Your Reply