Veertien jaar is ze. Het meisje. Zittend in de vensterbank van het ziekenhuis. Het ziekenhuis waar ze de laatste weken dagelijks is geweest. Ze staart naar buiten. Ze negeert het mobieltje dat trilt in haar broekzak. Ze heeft geen zin in mensen. Ze wil alleen zijn. Haar moeder zit beneden, in de kantine. Haar vader ligt boven, in de lelijke ziekenhuiskamer.
6 uur ’s ochtends was het. Op 4 Januari. Bijna 6 weken geleden inmiddels. Haar halfbroer maakte haar wakker. ‘We moeten naar het ziekenhuis, papa gaat dood’ was het enige dat hij zei. Op dat moment stond de wereld een paar seconden stil. Als verdoofd trok het meisje haar kleren aan en stapte naast haar broer in de auto. Onderweg belde ze een vriendin. ‘Papa gaat dood’ dit keer was ze zelf degene die de onwerkelijke woorden uitsprak.
Aangekomen op de IC zag ze haar vader liggen. Opgeblazen als een kogelvis. Zijn wimpers waren niet meer zichtbaar en om hem heen hingen zevenendertig verschillende infusen. Dit was haar papa niet. Zachtjes werd ze bij haar schouders gepakt. Een verpleegster bracht haar naar het kamertje van de dokter. Daar zaten haar moeder en broer. Ze weet niet eens meer hoe de dokter heette, of hoe hij eruitzag. Hij vertelde dat haar papa een vleesetende bacterie had. En dat hij dood zou gaan.
Ze moet heel hard gegild hebben, en is daarna de kamer uitgerend. Dat vertelde haar moeder later. Ze kan het zich niet meer herinneren. Wel weet ze nog dat er een meneer kwam uit de kerk. Mama vond dat fijn. De meneer zei allemaal moeilijke dingen en mama moest heel hard huilen.
Twee dagen later moest ze weer in het kamertje van de dokter komen. ‘Je papa is heel erg sterk, en het is een wonder dat hij er nog is, maar om dit te overleven moeten we wel zijn arm amputeren’. Dat moment weet ze nog heel erg goed. Ze kon het zich niet voorstellen, zo’n grote sterke papa met maar éen arm. Na de operatie hielden de nieren van haar papa er mee op. Er moest een dialyse apparaat komen, maar die hadden ze niet in het stomme ziekenhuis. Haar vader werd met 3 speciale ambulances vervoerd naar een ander ziekenhuis. Ze vond het vervelend in het nieuwe ziekenhuis. Nieuwe dokters en zusters die zomaar aan haar vader zaten. Die naalden in zijn lijf staken en rare vloeistoffen naar binnen spoten. Het leek wel een fabriek die continu aan het vechten was tegen de dood. Maar ze hadden wel een dialyse apparaat. En goede dokters. Dat hoopte ze tenminste. Na 6 weken zei een van de dokters dat de nieuwe medicijnen aan leken te slaan. Dat het misschien wel mogelijk was dat haar papa uit zijn nepslaap gehaald zou worden binnenkort.
Daar denkt ze aan. Zittend in de vensterbank. Het trillende mobieltje in haar zak nog steeds negerend. Het verhaal blijft maar door haar hoofd heen spoken. Ook al is haar vader sinds een paar dagen weer bij kennis. De dokter zei vanochtend dat het uiteindelijk allemaal wel goed zou komen. Beelden van de afgelopen weken schieten als raketten door haar hoofd heen. Ze heeft geen flauw idee wat er allemaal is gebeurd in zes weken tijd. Ze kan het nog nauwelijks bevatten. Haar vader blijft leven, volgens de dokter. De dokter waarvan ze zijn naam nu alweer is vergeten.
Ilse
Mijn moeder werk al jaren als verpleegster in het ziekenhuis. Ze maakt veel heftige dingen mee, maar doet haar werk met veel plezier. Vaak neemt ze verhalen mee naar huis, over patiënten van wie het leven en dat van hun naasten net ingrijpend veranderd is door dingen waarvan ze vaak de oorzaak nog niet weten. Maar altijd zijn er ook de leuke verhalen, de mensen die langzaam opknappen, meer kunnen dan er aanvankelijk gedacht werd, of mensen met een gekke familie, rare gewoontes of wat dan ook.
Het is maar één keer voorgekomen, jaren geleden, dat ze huilend thuiskwam van haar werk, precies op de dag dat ik ook nogal ontdaan was door wat ik had gehoord over de vader van een meisje uit mijn klas. ‘We hebben vandaag een man opgenomen,’ zei ze ‘met een vleesetende bacterie in zijn arm en ze weten niet wat ze ertegen kunnen doen’.
Wat jij toen hebt meegemaakt is heel uitzonderlijk en ik ben blij om zo nu en dan te lezen dat het goed gaat met je vader en met jou. Altijd moet ik dan even denken aan die middag, dat heeft toen echt wel indruk gemaakt. Ik weet niet precies wat ik wil zeggen, maar dat jouw vader dit overwonnen heeft toen iedereen dacht dat het mis zou gaan, getuigt van heel veel levenslust en liefde van de mensen om hem heen.
Liefs