Mantel der Liefde – Het hoe, wat en waarom.

Jullie hebben het vast wel langs zien komen: mijn “spam” over het nieuwe fotoproject Mantel der Liefde. Hieronder vertel ik graag meer over het wat en waarom.

In 2016 was het thema van internationale fotofestival BredaPhoto in Breda: ‘YOU’. Het ging over de individualisering van de samenleving, het groeiend beroep op de zelfredzaamheid vanwege de terugtrekkende overheid. BredaPhoto vroeg mij om een van de participatieprojecten te begeleiden: het ouderenproject. Samen met de bewoners van seniorenresidentie Het Ruitersbos en verpleegtehuis de Leystroom in Breda bracht ik het thema van het festival in beeld.

 Deze expositie is het meest dankbare project dat ik tot nu toe heb mogen doen. Ik liet zelf ook een traan toen een man in een rolstoel mijn hand pakte en niet meer dan ‘dankjewel, dankjewel, dankjewel’ kon uitbrengen.

Mantelzorg is een actueel en urgent thema. Tegelijkertijd is mantelzorg een containerbegrip geworden. Tijdens het werken met de ouderen en het praten met hun mantelzorgers ging ik steeds meer nadenken over het begrip. Wanneer ben je nou eigenlijk een mantelzorger? Ben je er een wanneer je fulltime voor je partner zorgt met wie je thuis woont? Ben je een mantelzorger als je de was doet voor je moeder die in een verzorgingstehuis woont? Ben je een mantelzorger als je een keer per week een kopje koffie drinkt bij je eenzame buurman?

Volgens de richtlijnen zijn mantelzorgers mensen die onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende ouder, kind of ander familielid, vriend of buur. Dat is nogal een grote groep in de samenleving. Een op de drie Nederlanders mag zich dan ook op basis van deze definitie een mantelzorger noemen. Mantelzorger is een benaming die een lading geeft aan iets wat ooit vanzelfsprekend was. Je zorgt immers voor je naasten niet waar?

Door de terugtrekkende overheid is het begrip booming. Er ontstaat een neiging om de nadruk op ‘zorg’ te leggen en dat is iets waar ik moeite mee heb. Mantelzorgen is zoveel meer dan het zorgen voor iemand. Het is iets dat voortkomt uit liefde voor dierbaren. Op de professionele zorg wordt bezuinigd en mantelzorgers mogen de schade beperken. Dat is de gedachte die nu voornamelijk heerst. We leven in een samenleving waar de groep ouderen groter wordt. Sterker nog, ouder worden lijkt een probleem te worden.

Woorden als ‘vergrijzing’ en ‘ouderenzorg’ verschijnen bijna dagelijks in de media. Ouderen worden een doelgroep. Ze worden niet meer gezien als individu maar enkel als een groter wordend probleem. De manier waarop er naar ouderen gekeken wordt, is vaak negatief. Ouder worden betekent meer zorg, maar is dit niet gewoon een onderdeel van ons leven?

Mijn vader heeft laatst een nieuwe heup gekregen. Daarnaast mist hij sinds elf jaar een arm. Het revalideren was hierdoor extra lastig. Ik hielp hem bij het verschonen van zijn wond, wassen en zette zijn trombose spuiten. Wanneer mijn moeder geen tijd heeft, zorg ik dat ik voor hem kan koken of hem kan helpen met simpele handelingen die voor hem ingewikkelder zijn vanwege zijn handicap.

DE MANTEL DER LIEFDE

Ik zal verschillende vormen van mantelzorg gaan fotograferen om zo de huidige, vaak negatieve, beeldvorming van het onderwerp op een nieuwe beeldende, manier te belichten. De Mantel der Liefde wordt een expositie voor en over mantelzorgers en ouderen in Nederland. Bij de expositie hoort een educatieprogramma.

Doel

Het doel is om meer verbeelding en gelaagdheid te geven aan het begrip ‘mantelzorger’ en ‘ouderen’. Het heeft zoveel meer kanten dan nu voornamelijk naar voren komt in de media.

• Deze nieuwe beelden en andere benaderingen dragen bij aan de waardering van de mantelzorgers en versterken hun positie in het zorgdebat.

• Jongeren zien hoe normaal het is om voor een geliefde te zorgen. Dat het geen ‘moeten’ is en dat je er zelf ook veel uit kunt halen.

• De expositie gaat op een verbeeldende manier aandacht genereren voor ouderen en mantelzorgers in Nederland.

• Met de expositie willen we mantelzorgers een hart onder de riem steken.

• We willen de mantelzorgers bereiken die zich helemaal niet bewust zijn dat ze mantelzorger zijn.

De Expositie

De expositie is ontworpen door Merel van der Linden en heeft een interactief karakter. In de tentoonstelling willen we bezoekers in de positie van een mantelzorger brengen. De bezoeker zal samen met een ander iets moeten doen om de foto’s te kunnen bekijken: aan een wiel draaien, een lade openen of blokken stapelen en verplaatsen om een puzzel op te lossen.

Het lijkt allemaal makkelijk, toch is dat niet zo. Het maakt duidelijk dat je elkaar nodig hebt, zelfs voor de simpelste dingen in het leven. De interviews met de mantelzorgers en ouderen komen terug in de expositie. Door beeld en verhaal te combineren wordt de beleving van de tentoonstelling versterkt. Behalve een unieke beleving van de verhalen en de fotografie wordt de tentoonstelling ook een ontmoetingsplaats tijdens evenementen en een plek voor lezingen en educatie projecten.

De expositie zal op de dag van de Mantelzorg in November openen. Hoogstwaarschijnlijk op het station in Breda. Hierna is het de bedoeling om door het land te gaan reizen.

Educatieve Functie

 De expositie heeft een educatieve functie. Deze kan op verzoek nader worden ingevuld met bijvoorbeeld een rondleiding of een (informele) lezing toegespitst op een doelgroep. Voor scholieren van het basis- en voortgezet onderwijs wordt een programma opgezet. Doordat de expositie in de openbare ruimte is opgesteld, zijn alle activiteiten tegelijk zichtbaar voor een breder publiek.

Alle hulp is welkom

Het begon dus allemaal als een klein ideetje in mijn hoofd en is inmiddels ontwikkeld tot een waanzinnig mooi project. Samen met copywriter Carla van Gaalen en ruimtelijk ontwerpster Merel van der Linden werk ik kei hard om deze expositie tot een succes te maken. Het is het grootste en spannendste wat ik ooit heb gedaan. Ik ben op een hele belangrijke missie.

De Gemeente Breda is al ontzettend enthousiast en gaat meehelpen dit te realiseren. Daarnaast zijn we nog op zoek naar andere partners die kunnen helpen bij de communicatie, financiering en PR! We hebben verschillende mogelijkheden als tegenprestatie.

Ook zoek ik nog bijzondere verhalen van mantelzorgers en ouderen. Ken jij een jongere die boodschappen doet voor zijn buurman of buurman? Heb je een vriendin die voor haar moeder zorgt? Ik wil de meest uiteenlopende vormen van mantelzorg in beeld brengen.

Het hele projectplan lezen? Mail naar info@mantelderliefde.nl

 

Update Mantel der Liefde

Het is alweer een maand geleden dat ik voorzichtig in een eerste blog mijn plannen voor de Mantel der Liefde deelde. Doodeng vond ik dat. Wat ik toen nog niet wist is dat ik vanaf dat moment een paar zeven mijls laarzen aangeboden kreeg om gigantische stappen in te zetten. 

Die symbolische laarzen kreeg ik aan na mijn eerste afspraak met Merel en Carla op 4 mei. Nu ik dit typ besef ik me dat dat pas een week of drie geleden is. Voor mijn gevoel zijn we al maanden samen aan het werk. Het projectplan werd door Carla in een uiterst professioneel grafisch jasje gegoten en Merel stortte zich samen met mij vol overgave op de begroting, die, spannend als het is, binnen no time vrij “groot” werd. Ook bedacht ze een waanzinnig ontwerp voor de expo.

Er waren afspraken, mailtjes, ideeen. Duizend telefoontjes, e-mailtjes, en gesprekken. Dag en nacht ben ik voor mijn gevoel bezig met dit project. Daarnaast loopt mijn inbox ook nog vol met “gewoon” werk in opdracht. Soms best een heftige combinatie merk ik. Er zijn dagen dat ik drie gesprekken heb voor de Mantel der Liefde en dat mijn hoofd vervolgens ZO vol zit met informatie dat ik het bijna niet meer kan verwerken. Dan lig ik ‘s avonds in mijn bed en denk ik echt: waar BEN ik mee bezig.

Ik leer elke dag ontzettend veel, leer prachtige mensen kennen en besef me steeds meer hoe belangrijk het is wat we hier met zijn allen aan het neerzetten zijn. Er komen best wat emoties bij kijken. Daarbij kent iedereen die ik wel een mantelzorger of is er zelf een. Het is overal. Het wordt tijd dat het bespreekbaar gemaakt gaat worden. Daar gaan we wat aan doen. 

We slaan een brug tussen cultuur, (ouderen)zorg en onderwijs. We zorgen voor verbindingen tussen al deze richtingen. Ik kan echt niet wachten tot het november is en het er allemaal staat. Maar voor nu gaan we eerst verder met fondsaanvragen en het zoeken naar sponsoren en impulsgelden.

Ondertussen bekijken we locaties, ontdekken we dat er heel veel meer bij komt kijken dan we dachten (wist je dat je een gecertificeerde electricien moet inhuren wanneer je locatie geen licht heeft om dat aan te leggen ivm brandveiligheid? Of dat je suppoosten nodig hebt die de expositie in de gaten houden? Je kan er moeilijk maandenlang zelf bij gaan staan. En hoe doe je dat als je workshops aanbiedt? Wie betaald dan je uren? Enne, vervoer van de expositie? Reken maar eens uit wat een busje huren, het sjouwen en in elkaar zetten en benzine kost!) 

Het is een grote achtbaan waarin ik zit en ik vind het te gék. Dat vooral. Er zijn zoveel mensen die meedenken en willen helpen! De eerste goed nieuws berichten kregen we deze week al. Drie weken nadat we met zijn 3en onze schouders eronder zetten. Het is ongelooflijk. Het is prachtig. Het is hartstikke eng, spannend, vermoeiend, waanzinnig, nog spannender, onzeker, dankbaar en zo nog driehonderd dingen meer. Mijn hoofd gaat letterlijk alle kanten op maar het is het dubbel en dwars waard!

Benieuwd naar het projectplan? Mail: info@mantelderliefde.nl 

 

 

Mantel der Liefde – Vorderingen

Wow. Wat is er veel gebeurd nadat ik het “Mantel der Liefde” in de openbaarheid heb gegooid. Wat een lieve en mooie reacties heb ik gekregen! De afgelopen week had ik een aantal bijzondere afspraken, beantwoordde ik heel veel mail en belde ik me schor. 

Ik kan jullie met trots vertellen dat ik niet meer “alleen” ben in dit project. Gisteren zat ik om de tafel met ruimtelijk ontwerper Merel van der Linden en journalist, communicatiespecialist én grafisch ontwerpster Carla van Gaalen. Met zijn drieën zullen we kei hard gaan werken om de Mantel der Liefde tot een succes te maken.

Op dit moment zit ik in een stapel paperassen achter mijn computer. Begrotingen, projectplannen en fondsaanvragen hebben prioriteit. Merel is ondertussen een eerste concept aan het maken voor de vorm van de expositie. Hoe spannend is dat?

Daarnaast ben ik mega blij met de hulp van Sanne Vroom en Stichting Timu Kota die ervoor hebben gezorgd dat ik geen stichting op hoef te richten (kostbaar!) En alles af weten van begrotingen en fondsen! 

Ondertussen zoek ik naar openbare ruimte om te exposeren (de eerste afspraken staan gepland!), maar zoek ik vooral naar bedrijven en zorginstellingen die dit project een warm hart zouden willen toedragen door middel van sponsoring. Hier kan een vorm van reclame of het maken van beeld (door mij) als vanzelfsprekend tegenover staan. 

Zin om te helpen? Mee te denken? Te sponsoren? mail naar info@ilsewolf.nl !

Mantel der liefde

Al een tijdje ben ik heel hard aan het werk om een project van de grond te krijgen dat me aan het hart gaat. Al een tijdje lig ik ‘s nachts naar het plafond te staren en denk ik: waar ben ik aan begonnen? Al een tijdje word ik mega enthousiast als ik denk aan hoe ontzettend tof het kan worden. Al een tijdje durfde ik het niet te delen want “stel je voor dat het niet lukt?”

Gisterenavond dacht ik ineens: Ilse, je bent bezig met iets moois. Ook als mislukt het, dan is het nog steeds mooi. Deel het met de wereld. Je hoeft het niet ALTIJD allemaal alleen te doen. Er zijn vast mensen die mee willen helpen. 

Ik val maar meteen met de deur in huis: ik wil op de dag van de mantelzorger een grote foto en film expositie over mantelzorg en ouderen openen. Ik wil mantelzorgers op een positievere manier onder de aandacht brengen. Ik wil een interactieve expositie die in de openbare ruimte kan staan zodat het een groot publiek bereikt. 

Het begon allemaal na afloop van het ouderenproject wat ik deed voor BredaPhoto (www.bredaphoto.nl) Er kwam veel respons op het mantelzorgproject en er was ontroering. 

Mantelzorg is een actueel en urgent thema. Tegelijkertijd is mantelzorg een containerbegrip geworden. Tijdens het werken met de ouderen en het praten met hun mantelzorgers ging ik steeds meer nadenken over het begrip. Wanneer ben je nou eigenlijk een mantelzorger? Ben je er een wanneer je fulltime voor je partner zorgt waarmee je thuis woont? Ben je een mantelzorger als je de was doet voor je moeder die in een verzorgingstehuis zit? Ben je een mantelzorger als je een keer per week een kopje koffie drinkt bij je eenzame buurman? 

Volgens de richtlijnen zijn mantelzorgers mensen die onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende ouder, kind of ander familielid, vriend of buur. Dat is nogal een grote groep in de samenleving. Een op de drie Nederlands mag zich dan ook op basis van deze definitie een mantelzorger noemen.  Dit maakt van mijzelf ook een mantelzorger. Mijn vader heeft laatst een nieuwe heup gekregen. Daarnaast mist hij een arm. Het revalideren was hierdoor extra lastig. Ik hielp hem bij het verschonen van zijn wond, wassen en zette zijn trombose spuiten.

Mantelzorger is een benaming die een lading geeft aan iets wat ooit vanzelfsprekend was. Je zorgt immers voor je naasten niet waar? Door de terugtrekkende zorg is het begrip “booming”. Er ontstaat een neiging om de nadruk op “zorg” te leggen en dat is iets waar ik moeite mee heb. Mantelzorgen is zoveel meer dan het zorgen voor iemand. Het is iets dat voortkomt uit liefde voor dierbaren. De overheid maakte dankbaar gebruik van dit begrip. Op de professionele zorg wordt bezuinigd en mantelzorgers mogen de schade beperken. 

Dat dus. 

Ik ging naar BredaPhoto toe met het idee om een grote expositie op te zetten onder de naam “Mantel der liefde“.  Er werd meteen meegedacht. Vervolgens vroeg ik aan Niels de Beer, (www.nielsdebeer.com) of hij mee wilde helpen. Daarna ontwikkelden zich in no time allemaal plannen. Plannen die ik nooit had kunnen bedenken. Samenwerkingen, ideeën, opties. Ik werd steeds enthousiaster. 

Wat begon als een wens, een droom, een impulsief iets, is ineens iets groots aan het worden. Mijn motto “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” (Pippi Langkous), komt weer eens volledig tot zijn recht. Ineens zit ik om de tafel met grote bedrijven en instellingen te praten over “mijn” project.  Ineens moet ik een begroting maken met bedragen die me duizelen. Ineens moet ik een stichting oprichten. Ineens moet ik fondsen aanvragen. Ineens moet ik projectplannen schrijven. Ineens wil er een tv zender aandacht aan besteden. Ineens moet ik zovéél. 

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Ik blijf het gewoon tegen mezelf zeggen.
Want het gaat gewoon lukken. Het moet gewoon lukken. Op de dag van de Mantelzorger op 10 november 2017 wil ik met een grote expositie over dit onderwerp alle mantelzorgers in Nederland een hart onder de riem steken. 

Het is heel spannend om dit nu zo online te gooien. Nu is het écht. Ben jij of ken jij een instelling die een samenwerking wel ziet zitten? Openbare ruimtes die de expositie zouden willen plaatsen (het is de bedoeling dat hij minimaal een jaar gaat reizen en ook een educatieve functie krijgt)? Weet je een fonds dat ik echt móet aanschrijven? Ken je een bedrijf dat een (kleine) investering in het project zou willen doen? Heb je een ingang bij een krant? Een tv programma? Weet je een oudere en een mantelzorger die ik echt zou moeten fotograferen? Ben je een kei in begrotingen maken en kun je me daarin adviseren?  Als zzp-er ben ik gewend om alles alleen te doen, maar op dit moment kan ik alle hulp gebruiken!

 

UPDATE: Ik heb iemand gevonden die me helpt bij de begroting, het fondsen werven en inmiddels expositie-ruimtes genoeg. Het allerbelangrijkste nu zijn naast de fondsaanvragen bedrijven die zouden willen sponsoren om dit project van de grond te krijgen!

Mailen mag: info@ilsewolf.nl

World Sleep Day

Vandaag is het World Sleep Day.  De internationale dag van de slaap. Het gros van de mensen gaat ‘s avonds naar bed, doet zijn ogen dicht en wordt een uur of zeven later uitgerust wakker. Iedereen heeft wel eens een nachtmerrie, kan de slaap niet vatten of ligt te piekeren. Hoe belangrijk slaap is vergeten we eigenlijk vaak. 

Mijn hele leven slaap ik al slecht. Als kind deed ik er uren over om in slaap te vallen, had ik voorspellende angstige dromen en zat ik regelmatig tot midden in de nacht bij mijn vader op de bank omdat ik “niet kon slapen”. Op de middelbare school merkte ik dat ik nooit uitgerust wakker werd. Ik was altijd moe. Mijn ouders moesten me ‘s ochtends uit bed sleuren en naar school sturen. Het liefst sliep ik tot laat, het om zeven uur opstaan was killing.

De vermoeidheid hebben we nooit gezocht in het slapen. Ik ben bij kinderartsen geweest, psychologen, homeopaten. Alles. Ik was kerngezond. Ondanks mijn vermoeidheid heb ik altijd doorgezet en probeerde ik gewoon te functioneren. Tijdens mijn academietijd werd dit lastiger en bleef ik regelmatig thuis omdat ik simpelweg geen energie had om én een hele dag op school te zijn én mijn projecten af te krijgen. Tot groot onbegrip van klasgenoten. Ik stelde me aan. Ik had geen recht op hoge punten als ik weinig aanwezig was. 

In 2015 merkte ik eigenlijk pas écht hoe slecht ik sliep. Op een of andere manier kreeg ik steeds vaker zogenaamde episodes ‘s nachts waarin ik tussen slaap en waak in zat. Ik wist niet goed of ik wakker was of sliep, slaapwandelde, maar werd vooral doodmoe wakker. Ik werd een soort wandelende zombie. Er kwam een slaaponderzoek en er werd een slaapstoornis geconstateerd. Na medicatie waar ik niet vrolijk van werd ben ik uiteindelijk via een natuurlijke weg (orthomoleculaire arts) aan een stofje gekomen wat ik elke dag om vier uur slik. Een neurotransmitter die ik zelf niet genoeg aanmaak. Sindsdien “slaap” ik. Ik lig voor mijn gevoel in ieder geval niet meer hele nachten te vechten.

De vermoeidheid is niet weg, daarvoor moet ik denk ik gewoon écht een paar maanden goed slapen. Er blijven horrornachten tussenzitten. Slaapwandelnachten. Beneden aan de trap wakker worden omdat je er van overtuigd bent dat er iemand in je bed lag en dat diegene heel hard wegrende (?!), of gillend uit bed omdat er enorme grote rode torren door je bed kruipen. Of vannacht nog, toen ik bijna insliep: volle overtuiging dat iemand van buiten af mijn ramen had opengemaakt en er allemaal paraplu’s door naar binnen had gegooid. De volgende ochtend is het vaak wel lachwekkend. Maar ‘s nachts niet. Ik ben me gelukkig wel sneller bewust van een episode en tegenwoordig lukt het wel om mezelf goed wakker te maken. Desalniettemin kan ik me heel vaak de volgende ochtend niks herinneren.

Vandaag merk ik dat t vannacht weer raak was, want vandaag heb ik weer een vermoeide dag. Dat geeft niet. Ik ben al mega blij dat ik tegenwoordig veel beter slaap. Sporten zat er alleen nooit in. Sporten was stom. Sporten kost energie. Energie die ik niet heb. Als ik dan vol goede moed begon met sporten, zat ik in mijn reserves en werd ik alleen maar vermoeider. Toch denk ik dat hier een oplossing zit. Vanaf nu sport ik twee keer per week onder begeleiding van een fysio therapeut. Heel voorzichtig beginnen we, kijken we of ik ‘s nachts genoeg herstel om verder op te bouwen. Onderzoeken we wat er met mijn slaap gebeurd als ik mijn lijf júist helemaal uit put. Het gaat heel erg langzaam maar voor mijn gevoel is het wel zinvol. Een betere conditie en sterkere spieren betekent meer energie en wie weet dus ook beter slapen. Het doorbreken van een patroon.

Ik zit boordevol ambitie, plannen en doelen. Ondanks dat ik er soms even uit lig na een drukke werkweek of een lange fotografie-dag ben ik mega trots dat mijn bedrijf gewoon hartstikke goed loopt. Ik kan mijn eigen tijd indelen, ik kan volle bak over mijn grenzen heen gaan, maar heb ook gewoon de tijd en ruimte om daar dan weer van bij te komen. Ik kijk er naar uit om meer energie te gaan krijgen door het sporten, beter te slapen. Vandaag werk ik vanaf mijn bank. Projectplannen, administratie, mail beantwoorden, photoshop. Ik doe er misschien een stuk langer over op zo’n dag, maar ik doe het wel. 

Ik heb ZOVEEL plannen. De slaapstoornis heeft me nooit tegengehouden mijn doelen te bereiken, maar wat kan ik allemaal niet bereiken als ik nog meer energie heb? Die gedachte zorgt ervoor dat ik dadelijk met mijn hoofd vol watten toch gewoon naar de fysio ga voor een half-uurtje bikkelen. Ik heb er zowaar zin in.

World Sleep Day dus. Omdat we soms vergeten hoe belangrijk slaap is. 

 

Ondernemen na de academie

Tijdens mijn studie op het AKV. St joost én op de KASK in Antwerpen was ik al zo nu en dan in opdracht aan het werk. Ik fotografeerde een keer een bruiloft in de Efteling op mijn 16e, kwam in contact met Kunstbalie die me een grote opdracht gaven en had al gauw de smaak te pakken. Ondernemen vond ik leuk, mijn geld verdienen met dat wat ik het liefste doe: dat was mijn missie.

Ik leerde het ondernemerschap door het gewoon te gaan doen. Ik startte mijn bedrijfje in mijn afstudeerjaar en vroeg anderen het hemd van het lijf wat betreft boekhouden, goede tarieven en acquisitie. Ik verbaasde me erover dat ik hier tijdens mijn beide studies zo weinig over geleerd had. 

Ongeveer twee jaar geleden ging ik om de tafel zitten met Coos Salomons van Kunst & Werk op de academie in Breda. Ik legde hem mijn “probleem” voor. Ik had tijdens mijn studie echt wel wát geleerd. Er kwam eens een boekhouder vertellen over boekhouding en een advocaat over portretrecht, maar het voldeed niet. Ik wilde graag een workshop ontwikkelen gericht op derde en vierde jaars fotografie studenten over het werkveld. Over ondernemen als fotograaf. Over ondernemen ná de kunstacademie. 

Het onderwijs is langzaam aan het veranderen en er is meer ruimte voor dit soort onderwerpen. Ik heb collega Marleen Hoftijzer (die ook filmt!) erbij gevraagd en samen hebben we een workshop in elkaar gezet. Onze beiden ervaringen zitten erin verwerkt. Beiden hebben we een volledig andere manier van werken en juist dát maakt het interessant voor studenten. Er is niet één manier om in opdracht te fotograferen. En zelfstandig fotograaf zijn betekent ook niet dat je enkel bruiloften moet fotografen zoals wel eens wordt gedacht.

Begin deze maand was het dan eindelijk zover. Marleen en ik gaven twee volle dagen workshop aan 3e en 4e jaars op het AKV. St Joost. We hadden het over netwerken, dilemma’s die je tegenkomt, tarieven, auteursrecht, onze wisselende werkweek, social media en nog vele andere dingen. Ondernemen in de breedste zin van het woord. Hoe kun je bijvoorbeeld geld verdienen met eigen geïnitieerde projecten? Wat doe je als een klant niet betaalt? Hoeveel uren moet je maken per jaar? Is het handig om een aparte werkplek te hebben? 

Helemaal blij sloot ik de laatste dag af. Er werd enthousiast gereageerd op de twee dagen. Studenten waren dankbaar dat we zo open waren over ons leven als fotograaf. Over onze tarieven en omzet. Over hoe Marleen elke dag om zeven uur uit bed springt en naar haar werkplek gaat en over hoe ik juist rustig aan doe in de ochtend en thuis werk. Dat het allebei kan. Hoe Marleen veel met fondsen werkt en ik veel met bedrijven. Hoe je een expositie kan verwezenlijken zonder dat het je bakken met geld kost. Er werd zelfs gevraagd om een derde workshopdag. Waarschijnlijk gaat deze er ook komen.

Denk je nou bij het lezen hiervan: wat GOED! Dit wil ik ook als student! Dit moeten ze bij ons op de academie ook geven! Of ben je een docent die dit ook wel ziet zitten. Stuur me dan gerust een mailtje. Ik ben te bereiken op info@ilsewolf.nl 

2016

2016, kom eens even bij me zitten. 
Ik wil het even met je hebben over jezelf. Over hoe je was de afgelopen 12 maanden. Hoe je je gedroeg. Ik vond je namelijk nogal leuk. Het grootste gedeelte dan. Ik bedoel, je bent ook maar een jaar. Volmaakt zijn is niet makkelijk. Volmaakte jaren bestaan niet denk ik, maar je kwam best in de buurt.

downloads2
Het begon nogal feestelijk met een oma die negentig jaar werd. Groot feest en een trotse mevrouw van 90 die rilde van de bubbeltjes in de champagne. Een paar maanden later ging ze alleen naar een bejaardentehuis omdat thuis wonen ietwat moeilijk werd. Vervolgens, een van je streken 2016, was
haar val afgelopen november. Hierbij brak ze 4 plekken in haar been, lag ze in het ziekenhuis en nam ik afscheid van haar. Je bleek een grapje te maken, want oma had nog helemaal geen zin om naar opa
te gaan en revalideert er flink op los. Ik vond dit alleen niet echt een leuk grapje. 

Verder was 2016 het jaar waarin ik behoorlijk wat lezingen gaf, lezingen én workshops. Over mijn boek, over mijn nieuwe fotoproject, over beeldcommunicatie, over social media. Ik kletste er op los. 2016, je leerde me dat dat eigenlijk helemaal niet zo eng was. Sterker nog: ik ben het leuk gaan vinden.

Overigens had ik dit jaar voor het eerst een pekske aan met carnaval en was ik niet vermomd als eenhoorn. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat ik een volwassen Oeteldonker werd. 

2016 hielp me ook een vriend van mijn vader terug te vinden. In het kader van project papa. Ze hadden elkaar al 50 jaar niet gezien en via een oproepje online zijn ze herenigd. Misschien wel een van de mooiste acties van je, 2016. Netjes gedaan. Overigens vond ik het ook wel hysterisch grappig toen papa een van zijn tanden uit zijn kunstgebit verloor, maar dat terzijde.

Vrij in het begin van het jaar ging ik op reis met Marleen naar Malaga. We renden een dag of 5 van hot naar her, gingen nog “even” naar het Alhambra in Granada en hadden echt waanzinnig veel lol. We kwamen ‘s avonds laat met de auto vast te zitten op een berg, reden op een Segway rond en aten veel paella.

Tweeduizendzestien gaf me een aantal grote kado’s. In het voorjaar werd me gevraagd of ik mee wilde doen met BredaPhoto. Ik mocht de twee ouderenprojecten begeleiden. Ik mocht twee keer exposeren op het festival. Een van mijn dromen kwam uit. Het allermooiste is misschien nog wel wat dit allemaal heeft voortgebracht. De voortzetting van dit project in 2017, heel veel leuke ontmoetingen en ook heel veel leerzaams over mijn plek als fotograaf in deze samenleving.

Een ander kadootje was het feit dat ik mijn oude Mazda-tje verruilde voor een Ford Fiesta. Met grote-mensen dingen erin zoals parkeerpiepjes en airco. De luxe! Ik begeleidde dit jaar ook twee kunstkameraden. Aya uit Syrie en Majdal uit Irak. We maakten samen kunst. Het maakte me dat ik mijn eigen leven in Nederland nog meer ging waardeen.

Toen was het ineens al juni waarin ik voor het eerst in mijn leven ging kamperen in een busje. Samen met Maartje maakte ik een waanzinnig mooie roadtrip door Wales. Ontmoette ik oude vrienden en ging ik terug naar Caldey Island. Het vloog voorbij en het was eigenlijk veel te kort, maar wat een prachtige mega toffe reis was dit. Ik had het voor geen goud willen missen. 

Het aller mooiste en leukste kado van 2016 kreeg ik op de dag dat ik terugkwam van deze reis: ik had een huis. Ik kon weg uit mijn studentenkamer, en verhuizen naar mijn droomhuis met tuin én garage. Naar mijn kabouterhuisje met puntdak. Nog steeds zit ik elke avond als ik thuis kom grijnzend op mijn bank blij te wezen met het feit dat ik hier nu mag wonen.

De afgelopen maanden waren wat woelig. Ineens werd je een beetje bozig 2016. Hoe kwam dat toch? Ik moest afscheid nemen van een aantal mensen. Mensen die waarschijnlijk gelukkiger zijn waar ze nu zijn, maar mensen die ik ook nog steeds heel erg mis. Je maakte dierbaren ook nog eens ziek, en had je nou niet even kunnen regelen dat die revalidatie na mijn vaders heup-operatie soepel ging? Ik bedoel.. dat zou een kleine moeite geweest zijn toch? Beetje jammer wel. Er was behoorlijk wat verdriet zo nu en dan, de afgelopen tijd. Beloof je me dat dat in 2017 weer klaar is? Ik wil de mensen om me heen graag nog even om me heen houden. 

2016 zorgde er overigens ook voor dat ik twee (!) broeken kocht na jarenlang enkel jurkjes te hebben gedragen. Ik redde een egel van de oververhittingsdood, ik keek wekenlang in de zomer chagrijnig naar buiten wegens heel. veel. regen. Ik zette zelf een eettafel in elkaar. Ik kocht heel veel grotemensenspullen. (Hallo Illy Koffiezetapparaat!) Ik zag Glen Hansard in Carré. Ik zat twee maal in een zweefmolen. Was weer eens in de efteling. Gaf een housewarming. Zag een aantal keer het Nederlandse strand. Stond op een podium. Kampeerde voor het eerst in een (ijskoude) tent in de Biesbosch. Had twee exposities. Was voor het eerst op televisie. Knuffelde veel en vaak met oma. Knuffelde ook met Mandarijn. Kocht weer een stuk of wat bloemetjesjurken. Wandelde veel en vaak door het bos. Beklom de St Jan. Viel drie keer van de trap. Stond een paar keer in de krant. Gaf voor het eerst les op de academie. Vierde voor het eerst 11/11. Maakte veel portretten. Oh, en ik kocht mijn eerste kerstboom. 

Als 2017 net zo zijn best doet als jij, 2016, dan ben ik een gelukkig mens. 

downloads3

Mia.

Mia.

Of eigenlijk Mevrouw van Raaij. Zo noemde ik haar altijd. Verbasterd tot mevrouwverraaij (en dat dan heel snel zeggen).
Ze was er elke dinsdagochtend en vrijdagochtend zo lang ik me kan herinneren. Ze was er al in 1972, bijna twintig jaar voordat ik er was. Ze zag me opgroeien, maar ook mijn 21 jaar oudere broer. Ze was onderdeel van de familie. Van het meubilair.

Ze was erbij toen ik net kon lopen, toen ik voor de eerste keer naar de middelbare school ging, toen ik in Antwerpen ging studeren. Ik zag haar minder in die tijden, maar vond het altijd extra leuk als ik op een dinsdag of vrijdagochtend vrij was. Want dan was Mia er. Dan rook het naar schoonmaakmiddel in huis.

Soms had ze net gedweild en dan moest ik eigenlijk van de ene kamer naar de andere. “Vooruit dan maar! Rennen!” zei ze dan. En dan rende ik op mijn tenen over de natte vloer met zo groot mogelijke stappen. Het was altijd een feest als ik tussen de middag thuiskwam van de basisschool. Als Mia er was zorgde mijn vader voor lekkers. We aten worstenbroodjes of zelfgemaakte saucijzenbroodjes van oma. Erwtensoep in de winter.

Op een keer ging ze met haar kleinkinderen naar Disneyland Parijs en kwam terug met een Mickey knuffel. Ze wist dat er een Minnie op mijn bed stond, en vond dat ze samen moesten zijn. Ze voelde als een extra oma. Ze was er op elke verjaardag en mijn foto stond naast een foto van haar kleinkinderen op de kast. Ik vind dat nog steeds heel bijzonder.

Ze scharrelde met haar poetsdoeken door het huis. Ieder jaar werd het een beetje lastiger. Ieder jaar werd het zwaarder voor haar. Ze werd kortademig en uiteindelijk moest ze er mee stoppen. Ik woonde niet meer thuis toen, maar toch vond ik het ontzettend jammer.

Mia. Vorige maand at je nog een taartje op mijn verjaardag. Ik haalde je op met de auto en je keek hoofdschuddend naar mijn blote voeten. Ik had nog heel veel meer taartjes met je willen eten, maar het kan niet meer.

Lieve mevrouwverraaij, lieve Mia, ik hoop dat waar je nu bent het beter is. Dat je Henk weer mag knuffelen daarboven, dat je geen pijn meer hebt en zoveel saucijzenbroodjes kunt eten als je maar wilt.

Ik zal je missen.

Schrijven om te onthouden – Opening expositie Leystroom

Wat. Een. Week.

Na maanden bezig te zijn geweest met het ouderenproject voor BredaPhoto was het afgelopen week de week van de openingen.

In april en mei scharrelde ik samen met mijn camera regelmatig rond in verzorgingstehuis de Leystroom in Breda. Het thema hier was “zelfredzaamheid”. Wat kan een oudere nog zelf? En wat kan een dementerende oudere nog zelf? Van zelf je veters strikken tot een sigaretje opsteken. De kleine dingen waren enorme uitdagingen.  Zo afhankelijk zijn, zo blij kunnen zijn met iets kleins. Het maakte dat er tranen over mijn wangen liepen toen ik naar huis fietste, de eerste keer.

Samen met Cora van Peer, de vrijwilligster vanuit BredaPhoto en Amy van de Leystroom, zochten we naar dingen die de ouderen nog konden. Zelf mochten ze ook een foto maken. Dit resulteerde in het feit dat ik zelf met enige regelmaat terug te vinden ben in de huidige expositie. (haha!) Ik wilde de uiteindelijk expositie een beetje huiskamer-achtig maken. Sfeervol. Naar aanleiding van alle fotolijstjes die ik tegenkwam in de kamers van de ouderen.

Ik besloot mijn foto’s op verschillende formaten te laten drukken en de foto’s die de ouderen hadden gemaakt in te lijsten. Samen vormen zij nu een collage aan de muur.

schermafbeelding-2016-09-26-om-11-40-21

Afgelopen donderdag was het dan eindelijk zover. De feestelijke opening. Alle oudjes hadden we verzameld in de eetzaal. Een voor een kwamen ze binnenschuifelen.

“Goeiemiddag mevrouw X, weet u nog wie ik ben?”.
– Al sla je me dood kind
“Ik ben de fotograaf! Weet je nog?”
– Och ja, leuk!

“Dag meneer! Hoe gaat het met u?”
– Wie ben jij? Wa ziede gij dr uit!
” Ik ben Ilse, de fotograaf, we hebben samen de foto’s gemaakt, weet u nog?”
– Nee.

bp-122

Ik glimlachte. De ene oudere is de andere niet. Dat bleek maar weer. Maar allemaal hadden ze het naar hun zijn. Ruud, de directeur van de Leystroom hield eerst een praatje. Daarna was het woord aan Geert van Eyck, curator van BredaPhoto. Als laatste mocht ik vertellen over mijn avonturen met de ouderen. Terwijl ik aan het praten was begon een van de ouderen, die we met bed en al naar binnen hadden gereden, te zingen: Jalalalalaaa! Lalalalaaa! Ik denk dat ze het naar haar zin had.

Samen met een mevrouw zou ik de expositie gaan openen. Ze moest met een schaar een stuk papier doorknippen dat voor de ingang gespannen was. “Gaat u met me mee mevrouw?” vroeg ik. “Ja, maar dat kan ik toch helemaal niet!” zei ze. “Tuurlijk wel” zei ik, “u zei ook dat u geen accordeon kon spelen, maar toch fotografeerde ik u al spelend op de accordeon!” Ze moest giechelen. Niet veel later knipte ze vol overgave het papier door. De expositie was geopend!

bp-120

Wat volgde waren heel veel bijzondere reacties. De ouderen herkenden zichzelf op de foto’s. Sommigen herinnerden zich ineens weer dat hij gemaakt was, anderen niet. Een van de bewoners was zo enthousiast dat hij maar bleef wijzen en lachen. Hij vond het fantastisch en ik daardoor ook..

bp-121
Een van de bewoonsters had hetzelfde bloesje aan als op de foto en moest daar erg om grinniken. Ze vond alleen de foto met de camera voor haar gezicht heel lelijk. Wat was dat voor ding voor haar hoofd?! Een andere bewoner kwam naar me toe in zijn rolstoel. “Ik heb toch een vraag aan jou” zei hij. “Vertel!” zei ik. “Ja, hoe kan het nou dat die beelden zo stil staan?”
Toen heb ik maar even uitgelegd dat het geen televisies aan de muur waren. Ondertussen was er een mevrouw naar me toe komen wandelen met wie ik die middag een ijsje was wezen eten. “Wat vindt u ervan?” vroeg ik. “Nou”, zei de mevrouw terwijl ze verdrietig keek. “Ik sta er helemaal niet op!”

De arme mevrouw deed twee jaar geleden wel mee, en dacht dat ze er nu ook wel weer bij zou hangen. Gelukkig vond ze het verder wel mooi. Het meest bijzondere en emotionele moment was denk ik toch toen de familie binnenkwam van een mevrouw die drie weken voor de opening was overleden. Een mevrouw die veel indruk op mij had achtergelaten met haar vrolijkheid en gekletst. Vlak nadat ik haar fotografeerde is ze heel hard achteruit gegaan. Het was heel erg bijzonder om haar laatste gezonde dagen te hebben mogen fotograferen.

 

bp-123

Foto’s: Ron Magielse
Voor nog een klein stukje (emotioneel) bewegend beeld van de opening: https://www.facebook.com/bredaphoto/videos/1469719149721761/

Roadtrip-droom

Met Pasen was Maartje op bezoek. Op dat moment belde ik met mijn Engelse Opa uit Mansfield. Een echte opa is het niet, maar zo voelt het wel. 18 jaar lang gingen we naar dezelfde camping in Zuid-Frankrijk. Ik ken Norma en Hugh al sinds baby af aan en ze leerden me al vroeg Engels praten. Zes jaar geleden overstroomde de boel daar en raakten we alles kwijt. Sindsdien heb ik Norma en Hugh niet meer gezien. “Who loves your face?” vroeg hij aan de telefoon. “You do!” zei ik. Zoals ik altijd zei wanneer hij het vroeg. “When are you coming over?” vroeg hij. “Soon” zei ik, met pijn in mijn hart. Ik wist niet wanneer dat zou kunnen. Ik wilde zo graag, maar het is best een reis voor “even een uurtje op de koffie”. Maartje keek me aan en zei de magische woorden: “Dan gaan we toch samen? Maken we er een roadtrip van.”

DSC_9597

En dus raceten we afgelopen vier juni van Breda naar Europoort in het camperbusje van haar ouders. Er was een omleiding en het goot dus we moesten flink (en dan bedoel ik echt flínk) doorrijden wilden we de ferry nog halen. Om 1 minuut voor zeven, nét voordat de poorten sloten vlogen we de boot op. Met het hart in onze kelen en een lachkick van de spanning pakten we onze spullen uit en gingen we op zoek naar onze hut, dat niet meer bleek te zijn dan een krappe 8 vierkante meter met 2 bedden die we uit de muur konden klappen. We maakten ons snel uit de voeten om de boot te verkennen. Een starbucks, live pianomuziek, een irish pub, een bioscoop, het kon allemaal niet op. Toch besloten we vroeg onze bedden in te duiken, we waren allebei moe van een aantal weken kei hard werken en konden wel een goede nachtrust gebruiken.

Al snel bleek dat we die nachtrust konden vergeten. De bedden waarin we lagen trilden door de motoren van de boot, als de buurman naast ons nieste zaten we rechtop in bed en om 6 uur begon de kapitein om te roepen dat het ontbijt klaar stond. Compleet verkreukeld sleepten we ons naar de Starbucks voor de broodnodige cafeïne. Om half 8 in de ochtend voeren we de haven van Hull in.

Na een dik uur wachten in de auto konden we eindelijk de boot af. De tomtom gilde dat we niet moesten vergeten om links te rijden en hup, daar gingen we. Over de snelweg richting Mansfield, waar Norma en Hugh wonen. De zon scheen, de muziek stond aan, we vonden onderweg nog een costa coffee en het was het begin van een heerlijke week. Met een enorme glimlach op mijn gezicht keek ik naar het glooiende Engelse landschap.

 

DSC_9629

Aangekomen in Mansfield vond ik het ineens toch wel spannend. Ik had mijn opa en oma dik 6 jaar niet gezien.. Hugh was inmiddels 89, en dus flink oud. Norma stond buiten al op ons te wachten en knuffelde me plat. Hugh zag me en deed hetzelfde. “Who loves your face?” was het eerste wat hij weer zei. We haalden herinneringen op, mochten blijven lunchen, lachten, en zagen allemaal een beetje op tegen het afscheid. Na een paar uur moesten Maartje en ik écht door om nog ergens een leuke camping te kunnen scoren. Hugh zat af en toe al te knikkebollen. Het was tijd om te gaan. Hij wilde mijn hand niet loslaten. “I DO love your face” mompelde hij. En we hadden tranen in onze ogen. Of we op de terugweg niet nog even langs konden komen, vroeg hij. Steek in mijn hart. “Now, go.” Zei Norma, “Otherwise i’m going to weep”. En dus gingen we. Norma en Hugh met tranen in hun ogen, ik snuffend in de auto. Alleen dit bezoek was de 12 uur op de Ferry al méér dan waard.

DSC_9620

Daarna gingen we in het Peak District op zoek naar een camping voor de nacht. De heuvels werden hoger, het landschap groener en de hoeveelheid lammetjes langs de kant van de weg was overweldigend. We slalomden een paar uur door het boerenland en eindigden uiteindelijk op een prima camping. Het was super rustig. We maakten de camper klaar voor de nacht, konden er douchen en speelden rummikub onder een fleecedekentje.

DSC_9680

DSC_9649

De volgende ochtend was het tijd om door te rijden naar de kust. De camping eigenaren hadden ons een camping aangeraden in Llanystumdwy een plek die we nog steeds niet kunnen uitspreken. (Net als de meeste Welshe plaatsnamen overigens) Maar eerst besloten we een bezoekje te brengen aan Chester, een mooie oude stad met een waanzinnige kathedraal.

We reden en reden maar vonden de juiste camping niet. Het was ons al eerder overkomen, de navigatie snapte het vaak niet helemaal. Het was een prachtige route langs de kust en we besloten nog een stuk verder door naar beneden te rijden zodat we de volgende dag minder ver hoefden. We slingerden langs de kust, zagen kastelen en kwamen uiteindelijk terecht op Shell Island, een camping aan zee. De zon scheen, we zetten onze stoelen buiten en genoten van de ruimte. Het was wederom enorm rustig op de camping.

DSC_9699

‘S avonds liepen we naar het “restaurant” voor wat te eten en een stramme internetverbinding. Ineens hoorden we een enorm kabaal. We keken omhoog en het bleek te plenzen. Oeps. We besloten te wachten tot de regen wat minder zou worden en dan snel naar de camper te rennen. Na een half uurtje namen we de gok. Aangekomen bij de auto keken we een beetje beteuterd. We waren vergeten dat de stoelen en onze handdoeken nog buiten stonden… in een enorme plas water welteverstaan.

 

IMG_6746 (1)

 

Goed. “De handdoeken hoeven we in ieder geval niet meer te wassen” zei ik. En we barsten in lachen uit. Op onze regenlaarzen gingen we op zoek naar een toilet, stampend door de plassen. Terug bij de camper besloten we dat het gin o clock was en gingen we maar weer een potje rummikub spelen. De volgende ochtend was het weer nog net zo treurig. Gelukkig was het droog. We bergden onze spullen weer op, maakten de camper gereed, maakten nog een paar gekke foto’s en vertrokken toen weer.

 

DSC_9804

DSC_9802

Wat toen volgde was een waanzinnige route dwars door Snowdonia National Park aan de westkust van Wales. We namen de kustroute naar beneden en zouden eindigen in Tenby, waar de boot naar Caldey Island gaat. Wat. een. rit. Urenlang zagen we niks anders dan mistige landschappen, schapen, nog meer mist, fjorden, nog veel meer mist, muren en bergen vol rhodondenderons en zo nu en dan een tegenligger. Het was misschien wel de mooiste route die ik ooit reed.

DSC_9965

DSC_9936

DSC_9999

DSC_9973

DSC_9996

We reden over en bruggetje en het bleek een tolweg. Aan het eind van het bruggetje stond een vrouw haar hand op te houden. 70 pence please! We grinnikten. Ondertussen waren we al een uur of wat op weg en hadden nog steeds geen koffie gehad. En koffie blijkt toch wel een eerste levensbehoefte tijdens een roadtrip. Benzinestations waren ook wat schaars, en een hapje eten zou er ook wel in gaan. We reden en reden. Kronkelweg na kronkelweg. Mistige berg na mistige berg. En ineens stond daar ergens in een weiland een huisje. Er stond een bord naast: coffee and wifi. Ik ben nog nooit zo blij geweest het woord “koffie” ergens te zien. Binnen was een heel lief vrouwtje zelf van alles aan het bakken. We kregen een enorme bak cappuccino (with chocolate on top!) en vonden gingerbeer (!) in het winkeltje. Onze dag kon niet meer stuk.

Vol goede moed stapten we weer in de auto voor de laatste paar uur richting Tenby. Onderweg hadden we besloten geen camping te zoeken dit keer, maar de auto te parkeren en te logeren in het Pembroke Hotel, bij Maria. Daar sliep ik 2 jaar geleden ook toen de boot niet bleek te gaan naar Caldey. Eind van de middag arriveerden we in Tenby. We lieten de mist achter ons en reden het zonnige en strakblauwe kustplaatsje in. We pakten onze eilandtassen, gooiden ze af bij het hotel en gingen Tenby verkennen. We lunchten bij Dennis Café met uitzicht over zee en St Catherines island.

DSC_0079

Daarna struinden we door de haven. Ik zag een man zitten die me erg bekend voorkwam. Het bleek een van de gepensioneerde vissers te zijn die ik 2 jaar geleden ontmoette toen ik vast zat in Tenby. We dronken koffie en wandelden toentertijd elke dag. Hij belde meteen John, een van de andere vissers. “Look John! Do you remember miss Sweden? (I’m from Holland!), you know, the photographer who wanted to go to Caldey last year? (2 years ago!) Yes! She’s here! She’s still the same! Just gained a little bit of weight. (JOE BEDANKT!). De vrouw achter de bar in de haven keek hoofdschuddend toe. “we have to deal with this every day, can you believe that?” Ik voelde me weer helemaal thuis. Het was precies als toen, alleen dan met lekker weer. Breed glimlachend gingen we verder. We dronken koffie bij mijn favoriete koffie plek op aarde met uitzicht over de baai: Café Vista. Ik bladerde mijn eigen boek door. Hier begon het allemaal. Een meeuw pikte ons lotus koekje. We besloten na een tijdje eerst even te douchen en daarna het nachtleven van Tenby te verkennen.

IMG_6813 (1)

IMG_6808 (1)

Toen we tegen de avond Tenby weer inliepen kwamen we uit bij de Lifeboat Tavern. Een toffe kroeg met live muziek. Een man speelde er bluesmuziek op gitaar. We dronken whisky en gin en in mijn pas gekochte jaren 50 jurk voelde het een beetje als in de film. We kletsten wat en genoten van de sfeer. Redelijk op tijd gingen we terug naar het hotel, de volgende ochtend moesten we natuurlijk al vroeg de boot hebben naar Caldey.

IMG_6851 (1)

—-

Om 8 uur liepen we de haven in. De boot zou om half negen vertrekken. Alan de kapitein herkende me. “At least the weather is better than last time you were here right! Welcome back!”. Op de boot ontmoette ik een vrouwtje dat vroeg wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik Caldey weer ging bezoeken na 2 jaar, omdat ik er gewoond had en mijn boek had gemaakt. “OH! Are you Ilse? I bought your book! Brother Titus loves it!”. Een paar minuten later kwam Paul aan waarbij ik logeerde toentertijd. Het was fantastisch al die bekenden te zien. Een half uur later meerden we aan op het eiland waar Brother Titus al stond te zwaaien.

Er stonden nog meer bekenden en het voelde als thuiskomen. Titus bracht ons naar cottage nummer 3 waar we konden slapen. Het stond al een tijdje leeg en rook wat muf. We gooiden meteen alles open en genoten van de stilte. We dronken een kop koffie (belangrijk!) en verkenden het eiland. Ik ontmoette oude bekenden en kletste bij. We slopen door het verboden bos en liepen naar Bullums bay, langs het huis van de piraat.

DSC_0142

DSC_0121

DSC_0123

DSC_0116

Later in de middag liepen we omhoog naar de vuurtoren en verder naar Red Berry Bay. DE plek op het eiland om zeehonden te spotten. We klommen een stukje naar beneden en ploften in het gras. Het was het lekkerste weer van de wereld. De laatste keer dat ik er zat had ik een dikke winterjas en laarzen aan. En was ik best een beetje verdrietig omdat het fotograferen moeizaam liep in het begin van de reis. Nu zat ik hier in mijn zomerjurkje met volle teugen te genieten van de schoonheid van het eiland.

We liepen nog een stuk door naar Sandtop bay en gingen daar in het gras een boekje lezen. Heerlijk liggen in de zon, met uitzicht op st Margareths, een stuk schiereiland. Het geluid van meeuwen op de achtergrond. Gelukkiger dan dat kon ik op dat moment niet zijn. Wat een heerlijkheid.



DSC_0231 DSC_0183 DSC_0188-bewerkt

We liepen terug naar ons huisje want later die avond zouden we om het eiland gaan varen in de boot van Paul. Beneden bij de steiger (de jetty, in eilandtermen) ontmoette ik Barbara en Don. Zij wonen in de zomer in cottage nummer 1 en hen ben ik destijds misgelopen. Ze was helemaal enthousiast. Ze hadden mijn boek in huis en zaten vol prachtige verhalen over het eiland. Paul ging in z’n rubberbootje naar zijn boot en wij wachten aan de kant. Het duurde en het duurde. Op een gegeven moment kwam hij terug. De boot deed het niet. Ty-pisch Caldey. Het gaat nooit zoals je wil dat het gaat. Er werd voorgesteld dat we in plaats van de boottocht maar gewoon wijn gingen drinken op de veranda van Ty Gwyn, het huis van Paul. Mijn lievelingshuis op aarde.

DSC_0261

We dronken wijn met zijn allen, en uiteindelijk eindige het erin dat we met zijn allen buiten aan de grote houten tafel die ik nog mee heb geschilderd, gingen eten. De zon ging onder en ik lag in mijn hangmat naar het tafereel te kijken. Intens gelukkig te wezen. Ooit ga ik er wonen. Ik weet het zeker. Het is mijn favoriete plek op aarde met de meest waanzinnige zonsondergangen.

Dit heeft weinig tekst nodig, maar voornamelijk beeld:

IMG_7043 (1) IMG_7047 (1) IMG_7111 (1) DSC_0297 DSC_0281

Samen met Simon liepen we door het donkere  bos met onze zaklampen weer naar huis. De volgende ochtend was het eindelijk tijd om een beetje uit te slapen en om half 10 kwam ik weer enigszins als mens mijn bed uit. We ontbeten en dronken koffie. Ik liet Maartje nog wat van het eiland zien en daarna besloten we af te dalen naar Sandtop bay. De mooiste baai van het eiland. Twee jaar geleden toen ik er was, heeft de storm een groot stuk van het zand weggeslagen waardoor je niet meer langzaam af kan dalen maar stijl naar beneden moet. We gleden met onze blote voeten de berg af en struinden over het zee. Ik rende met mijn voeten door de zee, klom op een paar rotsen en genoot van de zon.

DSC_0456

DSC_0465

DSC_0416

DSC_0344

13418425_10207775847892552_1829018307998822578_o

Na een tijdje waren we rozig en werd het tijd om terug omhoog te klimmen met het touw wat er hing.. en dat was nog best wel een uitdaging. Ik zwoegde met mijn bar slechte conditie en een fototas op mijn rug naar boven. Toen ik eindelijk boven was klom Maartje handig als een aapje achter me aan. Damn. We wandelden terug naar ons huisje en ik vond het slim om nog even vol in de netels te stappen voor de nodige prikkels. Hnnggg..

Die avond dronken we voor de verandering weer gin tonic en speelden we rummikub. Maar eerst gingen we nog naar de avondmis. Het compline om half 8. Mijn lievelings. Het is een mis waarin de monniken a cappella het Salve Regina zingen. Ook dronken we nog een gin tonic aan zee en keken we een uur lang naar een zeilboot die voor het eiland ronddobberde.

De dag erna bleek het wat regenachtig. We bezochten nog delen van het eiland die Maartje niet gezien had, sloegen wat chocolade en fudge in voor de terugreis en pakten onze spullen. Het was eigenlijk een heerlijk rustig dagje waarin we boeken lazen en gewoon een beetje vakantie vierden. ‘s avonds gingen we barbecuen bij Ty Gwyn waar Paul een aantal vrienden op bezoek had. We zagen weer de zonsondergang, bouwden een kampvuur, zongen zachtjes mee met Carole King, aten elderflower cake, dronken wijn, bier en gin. (jep) en genoten. Ik genoot van mijn tenen tot mijn kruin. Een van de mensen daar zei: you don’t want to leave, aren’t you? Ze kon mijn gedachtes lezen. Ik wilde dat die avond mijn hele leven lang zou duren.

IMG_7189 (1) IMG_7196 (1) IMG_7048

En toch was het de volgende morgen zover. We moesten weer gaan. Terwijl we onze laatste spullen inpakten toonde de lokale pauw nog even zijn veren. Kletsten we nog met Greg, onze buurman en sjeesden daarna naar de jetty. Titus gaf ons een knuffel. “Stay joyfull darling, enjoy every day of your life”. We sprongen op de boot en Simon nam nog wat foto’s. We lagen in een deuk toen Titus een photobomb probeerde te doen en er telkens voorsprong. Zie je het voor je? Een monnik in zijn pij die op de kade heen en weer springt? haha!

13423818_1090835160983828_662457712413631284_n

We zwaaiden tot we ze niet meer zagen en gingen toen nog een middagje Tenby in. Tenby dat een beetje bewolkt en grauw was. We aten een ijsje, shopten, aten het lekkerste ontbijt ever (eggs florentine!) dronken weer een fatsoenlijke kop koffie en bezochten de boekwinkel. Ik wilde nog kijken of er interesse was voor het (meer) inkopen van mijn boek. Ik vertelde dat ik de auteur was en ze deden alsof er een filmster binnenkwam. Of ik even alle boeken wilde signeren die in de winkel lagen.. ik voelde me lichtelijk opgelaten maar oh wat was het lief!

In de middag besloten we alvast een stukje richting Hull te rijden waar we de volgende avond de boot weer terug moesten hebben.  We stopten bij een camping en vroegen of er nog plek was. De eigenaar was een enorme praatgrage mafkees en na een halfuur praten (we hadden honger en wilden heel graag gewoon een plekje op de camping) wisten we dat zijn zus keelontsteking had, hijzelf een gebroken nek had gehad, er gipsy’s op de camping kwamen zo nu en dan, en ga zo maar door. We grinnikten toen we eindelijk van hem af waren. We reden voordat we gingen slapen naar een dorpje (drie huizen en een pub) verderop om fish en chips te gaan eten.

Daar zaten we dan, in onze bus, in een typisch Engels dorpje van niks (om depressief van te worden) fish en chips te eten.

IMG_7250 (1) IMG_7251 (1)

We dronken nog één avond gin en tonic in de camper tijdens een potje rummikub en gingen onze laatste camping-nacht in. De volgende ochtend reden we richting Hull, waar we ontdekten dat daar heel veel booskijkende chagrijnige mensen woonden. Onderweg hadden we alleen maar eindeloze regen. We aten ‘s avonds in een shoppingcenter pizza, struinden wat winkeltjes af, sloegen gingerbeer in en reden toen door naar de boot. We besloten de overgebleven gin maar soldaat te maken in de hoop een betere nacht te hebben dan de heenweg. We hadden de grootste lol.. (je had hier bij moeten zijn).

De volgende ochtend om een uur of 6 werd er alweer omgeroepen dat het ontbijt klaarstond en was ons avontuur voorbij. De acht dagen zijn voorbij gevlogen. Ik had het voor geen goud willen missen en zou het zó weer overdoen.