Reizen: Weather Permitting week 4

De volgende ochtend ging er wederom geen boot, het stormde zo mogelijk nog harder dan de dag ervoor, maar gelukkig was het wel droog. Ik kreeg een berichtje van Brother Titus.

Ik liep naar de andere kant van het dorp waar ik nog niet geweest was. Hoe dichter ik bij de zee kwam hoe meer ik merkte hoe hard het eigenlijk stormde. Aangekomen bij de kust kon ik bijna niet meer op mijn benen blijven staan. Terwijl ik een foto probeerde te maken van de zee werd ik tegen de reling aangegooid. Bibberend bracht ik mezelf in veiligheid en keek vol ongeloof naar de kracht van de natuur. Ik raakte aan de praat met een vrouw die al haar hele leven hier woonde, ze vertelde me dat ze dit nog nooit had meegemaakt. We moesten schreeuwen om boven het geraas van de wind uit te komen. Ze liep met me mee naar een ander strand waarvan ze vond dat ik dat moest zien. De lantaarnpalen bewogen in de wind. Na een korte strandwandeling namen we afscheid, en ging ik terug naar de haven.

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Daar aangekomen werd ik enthousiast begroet door John de vissersman. Hij vroeg of ik getrouwd was. Getrouwd. De gedachte alleen al. Het lijken de middeleeuwen wel hier. Ik vertelde mijn verhaal, en dat ik graag naar Caldey wilde. Hij stelde me voor aan alle vissers die aanwezig waren in de haven. Hij wist dat de Lobsterman een catamaran had, en hij was vrijgezel, dus hij wilde vast wel een jong meisje naar de overkant brengen. Ik grinnikte. Hij beloofde me dat hij Maria zou informeren wanneer hij me mee zou kunnen nemen. Om half 1 gingen ze lunchen met zijn allen en ze vroegen of ik mee ging. Ik ging alvast naar het café aan zee toe waar ik ze later zou treffen.

Toen de mannen binnenkwamen vroeg John enthousiast aan de eigenaar dat ik Ilse was, en naar Caldey wilde. De man reageerde laconiek met de woorden: ja dat wist ik al, volgens mij weet iedereen dat al. Oeps. Bekend in een klein dorpje. En ik had me eenzaam gevoeld? Nergens voor nodig.

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Terwijl ik zat te lunchen met de vissers kreeg ik weer een sms van Titus. Hij schreef dat het goed weer was om depressief te worden, en dat het de kunst van het leven was om onszelf bezig te houden. Zeker op een eiland. Hij kon de abdij niet uit want er is nergens een plek om te schuilen voor de storm.

De mannen lieten nog even een fikse boer en gingen terug naar de haven, waar ik werd uitgenodigd voor een kop thee. Een vieze mok thee. We zaten met zijn allen in een loods, ik voelde me inmiddels zelf ook een halve vent met mijn eskimo jas en wandelschoenen. Ik heb ontzettend gelachen met hen. Ze bleven maar grappen maken over Nederland en over elkaar. Een deel van hen was al gepensioneerd maar kwamen trouw elke dag nog naar de haven toe om daar hun dagelijkse wandeling te maken. Ik liep met ze mee, van de ene kant naar het strand naar de andere kant. Een van de mannen vertelde me dat hij een nieuwe heup had: ‘I’ve got a new hip you know’, waarop de andere man laconiek reageerde: ‘Yeah, and i’ve got your old one!’
Ik heb ontzettend gelachen met de mannen.

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Ik had vrienden gemaakt, en ja, het waren weer oude mensen. Hoe kreeg ik het toch voor elkaar. Toen de avond viel ging ik terug naar het hotel waar Maria volgens Spaanse familie samen met haar kinderen en kleinkinderen Drie Koningen vierden. Ik was uitgenodigd om mee te eten. Het was ontzettend gezellig, we aten paella met inktvisringen en iedereen was ontzettend lief voor me. Ik vond het gewoon al bijna niet meer erg dat er geen boot ging. Het was fijn in Tenby. Ik was blij. Trots dat ik mezelf niet had opgesloten in mijn hotelkamer, wachtend tot het weer beter werd. Gelukkig dat ik op pad was gegaan en de uitdaging aan was gegaan. En blij dat ik zoveel lieve mensen had ontmoet!

Het was inmiddels dinsdagochtend, en Maria klopt om half 8 aan met de mededeling dat er geen boot ging en dat ik lekker nog even kon blijven liggen. Ik draaide me om en sliep tot een uurtje of half tien. Ik had het nodig. Een beetje slaperig ga ik weer op weg naar de haven waar ik stokstijf stil blijf staan. Er drijft iets geels in het water. Wanneer ik naar beneden haast zie ik alle vissersmannen op een kluitje bij elkaar staan. De catamaran van de kreeften vanger is vannacht gekapseisd in de haven. De sterkste boot van de haven, die de meeste kans had om mij naar de overkant te brengen lag op zijn kop. Een beetje verbouwereerd ging ik terug naar het hotel.

SONY DSC

 

Later, in de haven vroeg Alan of ik al naar een kasteel in de buurt was geweest, het water was wat gezakt en als ik wilde kon ik met een jongen uit de haven meerijden. Die zou me wel ergens afzetten. We gingen naar Cahrew Castle. Het was een halfuurtje rijden en de lucht was dreigend donkerblauw. Hij zette me af in het kasteel waar ik de enige was. Ik was alles behalve op mijn gemak. Het kasteel was dreigend, een ruïne. Bij elke stap die ik zette vlogen er raven op. Ik schrok elke keer opnieuw.

 

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Na een uurtje eenzaam te hebben rondgelopen ging ik op zoek naar een bus terug. De bus bleek pas vier uur later te vertrekken. Ik zuchtte en slenterde nog een rondje om het kasteel. Ik voelde hoe moe ik was, en hoe graag ik eigenlijk gewoon even wil slapen. Ik vroeg in een plaatselijk restaurantje naar een andere bushalte en ging op zoek. Na 20 minuten lopen had ik zin om te huilen. De lucht werd steeds dreigender en uitzicht op een bus had ik nog niet. Er was niks te doen in het dorp, en ik was nog geen mens tegengekomen. De man aan wie ik een bushalte vroeg reed langs in zijn busje, en stelde voor me af te zetten bij een bushalte in een dorp verderop waar veel frequenter bussen langskwamen. Ik stapte in en had zin om hem te knuffelen.

De volgende dag is het zo ver: Ik kan naar Caldey!!!

Plaats een reactie